Wetgeving preventieadviseur - externe dienst
WAT ZEGT DE WET?![]()
SAMENGEVAT
- Alle preventieadviseurs moeten minstens beschikken over voldoende basiskennis
- Hiervoor volgen ze de basiscursus (niveau III) van minimum 40 uur bij een erkende instelling
- Sommige interne preventieadviseurs volgen verplicht de aanvullende vorming (niveau I of II)
- Alle externe preventieadviseurs volgen verplicht de aanvullende vorming (niveau I) bestaande uit een multidisciplinaire basismodule van 120 uur, aangevuld met een relevante specialisatiemodule
- Jaarlijks verplichte bijscholing voor alle preventieadviseurs (3 dagen aanbevolen)
EXTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (KB 27-03-1998, ART 21, 22)
“De afdeling belast met risicobeheersing bestaat uit preventieadviseurs die deskundig zijn op het gebied van:
- de arbeidsveiligheid;
- de arbeidsgeneeskunde;
- de ergonomie;
- de bedrijfshygiëne;
- de psycho-sociale aspecten van de arbeid [waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk”
“Een preventieadviseur is deskundig op één van de in artikel 21 bedoelde gebieden, indien hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
- wat de arbeidsveiligheid betreft, academisch gevormd ingenieur of industrieel ingenieur zijn, en het bewijs leveren dat hij met vrucht een aanvullende vorming van het eerste niveau heeft beëindigd, bepaald in het koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de vorming en de bijscholing van de preventieadviseurs van de interne en externe diensten voor preventie en bescherming op het werk;
- wat de arbeidsgeneeskunde betreft, de houder van een diploma van arts;
- wat betreft de ergonomie, de houder van een master diploma van een universiteit of van een master diploma van hoger onderwijs op universitair niveau en die:
- het bewijs levert met vrucht een multidisciplinaire basisvorming en een module specialisatie ergonomie te hebben beëindigd bedoeld bij het koninklijk besluit van 5 december 2003 betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk;
- bovendien minstens drie jaar nuttige praktische ervaring bewijst;
- wat betreft de arbeidshygiëne, de houder van een master diploma van een universiteit of van een master diploma van hoger onderwijs op universitair niveau die:
- het bewijs levert met vrucht een multidisciplinaire basisvorming en een module specialisatie arbeidshygiëne te hebben beëindigd, bedoeld bij het koninklijk besluit van 5 december 2003 betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk;
- bovendien minstens drie jaar nuttige praktische ervaring bewijst;
- wat betreft de psychosociale aspecten van de arbeid, de houder van een einddiploma van een universiteit of van een einddiploma van hoger onderwijs op universitair niveau waarvan het curriculum een belangrijk aandeel psychologie en sociologie omvat en met daarenboven reeds een eerste specialisatie in de domeinen van arbeid en organisatie en die het bewijs levert met vrucht een multidisciplinaire basisvorming en een module specialisatie psychosociale aspecten van het werk waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk te hebben beëindigd, bedoeld bij het koninklijk besluit van 5 december 2003 betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, en die bovendien vijf jaar ervaring bewijst op het vlak van de psychosociale aspecten van de arbeid.”
- De preventieadviseurs van de externe diensten moeten deskundig zijn op het gebied van arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, ergonomie, arbeidshygiëne of psychosociale aspecten van het werk
- Zij moeten in elk geval beschikken over een (al dan niet specifiek) masterdiploma
- Met uitzondering van de arbeidsgeneesheren moeten alle preventieadviseurs van de externe diensten een aanvullende vorming volgen die een multidisciplinaire basismodule omvat, aangevuld met de relevante specialisatiemodule
AANVULLENDE VORMING (NIVEAU I, II)
De aanvullende vormingen zijn modulair opgebouwd en omvatten een multidisciplinaire basismodule en een specialisatiemodule van het eerste of het tweede niveau.”
“Het lesrooster van de multidisciplinaire basismodule beslaat ten minste 120 uren. Het lesrooster van de specialisatiemodule van het eerste niveau beslaat ten minste 280 uren. Het lesrooster van de specialisatiemodule van het tweede niveau beslaat ten minste 90 uren, gespreid over maximum één jaar.”
De basismodule van 120 uren is multidisciplinair opgevat, zodat alle preventieadviseurs, ongeacht hun discipline of niveau (I of II) en ongeacht of zij tewerkgesteld zijn in een interne dan wel een externe dienst hetzelfde volgen.
De inhoud van de specialisatiemodules verschilt echter naargelang de discipline en het niveau:
o preventieadviseurs-arbeidsveiligheid: niveau I (280 uren) en niveau II (90 uren)
o ergonomie, arbeidshygiëne en psychosociale aspecten van het werk bestaan er specifieke specialisatiemodules (280 uren) per discipline
Dit KB bevat de specifieke regels die van toepassing zijn op de preventieadviseurs van externe diensten. Veel zaken zijn overgenomen in het KB Vorming van 2007.
BIJSCHOLING
INTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (KB 27-03-1998, ART 23)
“De preventieadviseurs hebben het recht en de plicht zich te vervolmaken.”
“De bijscholing wordt jaarlijks georganiseerd en heeft betrekking op belangrijke wijzigingen of nieuwe bepalingen inzake de wetgeving over het welzijn op het werk, alsook op de vooruitgang van wetenschap en techniek in dit domein.
De bijscholing wordt georganiseerd onder de vorm van studiedagen of seminaries van minstens drie, al dan niet opeenvolgende dagen, met betrekking tot tenminste twee vaardigheden of kennisgebieden bedoeld in bijlage II bij dit besluit of in bijlage II bij het koninklijk besluit van 5 december 2003 betreffende de deskundigheden van de preventieadviseurs van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk.”
- De verplichting tot bijscholing geldt voor alle preventieadviseurs, ongeacht of het gaat om preventieadviseurs die een aanvullende vorming (niveau I of II) hebben, dan wel om preventieadviseurs met basiskennis.
- De omvang van de bijscholingsplicht voor de preventieadviseur moet worden bepaald in overleg met de werkgever
- Voor niveau 1 en 2 geldt echter de jaarlijkse driedaagse bijscholing als een goede praktijk die sterk aanbevolen wordt