Wetgeving mobiele arbeidsmiddelen

WAT ZEGT DE WET?Wat zegt de wet


SAMENGEVAT

  • Mobiele arbeidsmiddelen zijn alle machines voor transport buiten de openbare weg
  • Voorbeelden: heftruck, graafmachine, hoogwerker, verreiker, wiellader, ...
  • Als werknemer gebruik je de machine alleen indien je een adequate opleiding hebt gekregen
  • Deze vorming wordt regelmatig herhaald
  • Op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen geldt de opleidingsplicht ook voor zelfstandigen en werkgevers die zelf een beroepsactiviteit op de bouwplaats uitoefenen
  • Bestuurders van een mobiel arbeidsmiddel oefenen een veiligheidsfunctie uit en moeten beschikken over een attest van medische geschiktheid
  • Jongeren en zelfs meerderjarige student-werknemers mogen geen gemotoriseerde transportwerktuigen besturen

WELZIJNSWET EN CODEX (04/08/1996)

In de Codex vinden we de gecoördineerde tekst terug van de Welzijnswet van 4/08/1996, alsook alle afzonderlijke Koninklijke Besluiten (KB) genomen in uitvoering van deze wet. Een groot gedeelte van het vroegere ARAB is opgeheven en vervangen door die KB’s. Uit de Codex hebben wij de relevante wetgeving rond opleiding geselecteerd.

  • Infobrochure welzijnswet en codex 1
  • Infobrochure welzijnswet en codex 2

MOBIELE ARBEIDSMIDDELEN (KB 04/05/1999, ART 14.1)
Mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving mogen alleen worden bestuurd door werknemers die een adequate opleiding voor het veilig besturen van deze arbeidsmiddelen hebben gekregen.”

  • Dit KB is van toepassing op alle mobiele arbeidsmiddelen, al dan niet met een eigen aandrijving
  • Het besluit zelf bevat geen nadere omschrijving maar ook geen beperkingen in het toepassingsgebied
  • Het besluit is dus van toepassing op alle vormen van mobiliteit over de weg of het spoor, op wielen, rollen of rupsbanden
Het KB spreekt over een adequate opleiding. In tegenstelling tot andere verplichte opleidingen wordt de duurtijd, inhoud noch de aanpak in het KB gespecifieerd. In de praktijk organiseren wij een training op maat van uw resultaat

BELEID INZAKE WELZIJN VAN DE WERKNEMERS BIJ DE UITVOERING VAN HUN WERK (KB 27/03/1998, ART 21)
“De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer een voldoende en aangepaste vorming in verband met het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk ontvangt die speciaal gericht is op zijn werkpost of functie. Deze vorming wordt inzonderheid gegeven:

  • bij indienstneming
  • bij een overplaatsing of verandering van functie
  • bij de invoering van een nieuw arbeidsmiddel of verandering van een arbeidsmiddel
  • bij de invoering van een nieuw technologie

Deze vorming wordt aangepast aan de ontwikkeling van de risico’s en aan het ontstaan van nieuwe risico’s en wordt indien nodig, op gezette tijden herhaald.”

De term gezette tijden wordt niet verder gespecifieerd, maar betekent hetzelfde als regelmatig. Uit de praktijk blijkt dat een heropfrissing om de 5 jaar, onder invloed van veranderende wetgeving, is aanbevolen.

TIJDELIJKE OF MOBIELE BOUWPLAATSEN, TMB (KB 25/01/2001, ART 53)
“Teneinde hun eigen welzijn op het werk alsook dat van de andere op de tijdelijke of mobiele bouwplaats aanwezige personen te vrijwaren, gebruiken, onderhouden en controleren de zelfstandigen en de werkgevers, die zelf een beroepsactiviteit op de bouwplaats uitoefenen, de arbeidsmiddelen en de persoonlijke beschermingsmiddelen die zij op de bouwplaats inzetten, en laten deze controleren, overeenkomstig de bepalingen van de hierna opgesomde koninklijke besluiten en op dezelfde wijze als de werkgevers hiertoe verplicht zijn:

  • KB van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen;
  • KB van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van mobiele arbeidsmiddelen;
  • KB van 4 mei 1999 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het heffen of hijsen van lasten;
  • KB van 13 juni 2005 (5: KB 22.3.2006) betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;
  • KB van 31 augustus 2005 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte. (4: KB 31.8.2005)”

OMSCHRIJVING VAN EEN VEILIGHEIDSFUNCTIE (KB 28/05/2003, ART 2)
“Als veiligheidsfunctie wordt gezien elke werkpost waar gebruik wordt gemaakt van arbeidsmiddelen, waar motorvoertuigen, kranen, rolbruggen, hijstoestellen van welke aard ook, of machines die gevaarlijke installaties of toestellen in werking zetten, bestuurd worden of nog waar dienstwapens worden gedragen, voor zover het gebruik van die arbeidsmiddelen, het besturen van die werktuigen en installaties of het dragen van die wapens de veiligheid en gezondheid van andere werknemers van de onderneming of van ondernemingen van buitenaf, in gevaar kan brengen. Werknemers die een veiligheidsfunctie uitoefenen moeten beschikken over een attest van medische geschiktheid.”

BESCHERMING VAN DE JONGEREN OP HET WERK (KB 3/05/1999, ART 8, ART 11.2 + KB 23/10/2006, UPDATE)
“Het is verboden jongeren op het werk arbeid te laten verrichten die als gevaarlijk wordt beschouwd, zoals het besturen van graafwerktuigen en –machines of het besturen van hefwerktuigen en het geleiden van de bestuurders ervan met signalen. Zelfs meerderjarige student-werknemers mogen geen gemotoriseerde transportwerktuigen besturen. Nochtans mogen de studenten-werknemers vanaf 16 jaar niet-stapelende gemotoriseerde transportwerktuigen met geringe hefhoogte bedienen, onder de volgende voorwaarden:

  • het betreft een platformtruck, een palettruck of een platformheftruck of andere inrichting met geringe hefhoogte en meelopende bestuurder
  • de werkgever neemt de nodige maatregelen om zich er van te verzekeren dat de studenten-werknemers die belast worden met de bediening van deze toestellen, voldoende zin voor verantwoordelijkheid hebben en zij een adequate opleiding hebben gekregen voor het veilig besturen van deze arbeidsmiddelen
  • de snelheid van het rijden in onbelaste toestand en op vlak terrein is beperkt tot 6 km/uur voor de toestellen met meelopende bestuurder (vanaf 16 jaar) en tot 16 km/uur voor de toestellen met meerijdende bestuurder (vanaf 18 jaar).”

ANDERE VOORSCHRIFTEN

  • In Duitsland kent men de ÜVV- en VDI- Richtliniën
  • In Nederland de ARBO-regelgeving
  • Voorwaarden opgelegd door opdrachtgever